@LKvV op Twitter
Extranet
| Introductieperioden, hoe gaat het tegenwoordig? |
|
|
|
Aan het begin van elk nieuw collegejaar breekt voor vele eerstejaars studenten een spannende tijd aan in een nieuwe stad en met een nieuwe studie. Daarnaast maakt een gedeelte van de studenten het besluit om lid te worden van een studentengezelligheidsvereniging. Het overgrote deel van deze verenigingen is aangesloten bij Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV).
Wat staat je te wachten als je lid wilt worden bij zo’n studentengezelligheidsvereniging? De lidverenigingen van de LKvV zijn zeer divers wat betreft de introductieperioden. Sommigen hebben een intensieve introductieperiode, er wordt dan veel inzet van je verwacht, terwijl die van anderen een stuk rustiger en/of korter is. Wel is het zo dat alle lidverenigingen van de LKvV in enige mate een introductieperiode kennen.
Waarom introductieperioden en geen ontgroening? Sinds de jaren ’60 en ’70 is het doel van de introducties sterk veranderd. Waar het tot die tijd gebruikelijk was dat geprobeerd werd het karakter van de nieuwe studenten onder handen te nemen, de nieuwe eerste jaars moest minder ‘groen’ of wereldvreemd worden, is dat tegenwoordig niet meer het geval. Sinds die tijd staat namelijk bij de studentengezelligheidsverenigingen het individu centraal. Vandaar dat de verenigingen tegenwoordig zelden nog spreken over ontgroeningen en het hebben over een introductieperiode of een kennismakingstijd.
Waarom hebben verenigingen zo’n introductieperiode? De introductieperiode is een tijd voor de aspirant leden waarin ze alle facetten van een vereniging leren kennen. Bij de grotere en over het algemeen wat oudere verenigingen is dit vaak ook een intensieve periode. Dit is omdat zulke studentengezelligheidsverenigingen een lange historie hebben met veel tradities en gewoontes. Op deze manier kunnen de nieuwe leden zoveel mogelijk leren over de vereniging in korte tijd.
Ook zorgt zo’n intensieve tijd voor een hechte band tussen de aspirant-leden onderling, dit heeft dezelfde reden als waarom bedrijven op survival gaan in de Ardennen: voor teambuilding. Op het moment dat mensen intensief moeten samenwerken leer je elkaar ook sneller en beter kennen, dit maakt de aspirant-leden dus tot een hechte groep.
Tot slot is het belangrijk voor de meeste studentengezelligheidsverenigingen om een drempel op te werpen voor mensen die lid willen worden bij die vereniging. Dit omdat alle verenigingen draaien op de vrijwillige inzet van haar leden. Dankzij de leden zijn sommige verenigingen al bijna 200 jaar oud! Het is dan ook zeer belangrijk dat de vereniging ervan uit kan gaan dat zijn nieuwe leden bereidt zijn deze inzet te tonen. De aspirant-leden tonen dit door middel van het doorlopen van de introductieperioden.
Hoe wordt er op gelet dat de introductieperioden veilig verlopen? Tijdens de introductieperioden is er goed toezicht op de gang van zaken, zowel intern als extern. Het interne toezicht wordt vaak gehouden door de bestuurders van de vereniging en daarnaast door een speciaal hiervoor aangewezen commissie. Deze commissie stelt een draaiboek samen waarin alles van minuut tot minuut wordt vastgelegd. Deze worden nagekeken door een raad van advies of oud-leden om er voor te zorgen dat aan alles wordt gedacht en de introductieperiode veilig verloopt.
Daarnaast hanteert het grootste gedeelte van de verenigingen een medisch beleid tijdens de introductieperiode. Dit medisch beleid bestaat uit verschillende componenten. Veel verenigingen maken gebruik van een medische vragenlijst om zo een beeld te krijgen van de gezondheid van de aspirant-leden voordat zij deelnemen aan de introductieperiode. Andere componenten zijn het aanstellen van een medische commissie, het inzetten van een vertrouwenspersoon en het maken van een calamiteitenplan.
Vaak wordt de medische begeleiding verzorgd door medische studenten of leden die een EHBO diploma hebben. Ook maakt een groeiend aantal verenigingen gebruik van professionele hulp, zoals huisartsen en psychologen.
Verder zijn er verschillende externe partijen in een stad waar studentenverenigingen contact mee hebben over de introductieperiode. In 2010 waren er in 10 van de 12 grote studentensteden adviescommissies. Deze commissies geven advies aan de verenigingen over het welzijn van de aspirant leden, onder andere door het doornemen van draaiboeken. Ze stellen in samenspraak met de verantwoordelijke commissies gedragscodes op voor tijdens de introductieperiode.
Het overgrote gedeelte van de bij ons aangesloten verenigingen hebben contact met een onderwijsinstelling over de introductieperiode. Er worden met deze instellingen afspraken gemaakt die gaan over voldoende slaap, hygiëne, alcohol en het volgen van colleges.
Tot slot hebben alle lidverenigingen van de LKvV zich gecommiteerd aan een aantal afspraken en regels om een veilige en verantwoorde introductieperiode te bewerkstelligen. In tegenstelling tot wat er in het verleden wel eens gebeurde, drinken aspirantleden geen alchohol, krijgen ze voldoende slaap, krijgen ze goed (en warm) te eten en is er voldoende aandacht voor persoonlijke hygiëne. Al deze afspraken komen voort uit de verenigingen zelf en uit hun gevoel van verantwoordelijkheid voor de aspirantleden. Bovendien zijn ze meestal bekrachtigd in overeenkomsten met universiteiten en hoge scholen. Incidenten komen zelden meer voor en dat is te danken aan de verenigingen zelf.
|







